_DSC7370sSS1-1920px-klein

Pieter de Koe (1994) is een gedreven kamermuziekmusicus, medeoprichter van het van het veelbelovende Animato Kwartet, initiator van eigen producties en verschillende cross-arts samenwerkingen.

Hij studeerde aan de Sweelinck Academie bij Monique Bartels en won op jonge leeftijd al prijzen op verschillende concoursen. Hij behaalde zijn bachelor cum-laude aan het Koninklijk Conservatorium Den Haag bij Michel Strauss en Jan Ype Nota. Inmiddels studeert Pieter aan de master-opleiding van de Musikhochschule Freiburg bij Jean-Guihen Queyras. Hiernaast werkte hij onder andere met Anner Bijlsma, Gary Hoffman, Alfred Brendel, Reinbert de Leeuw, Arto Noras, David Dolan en Johannes Meissl. 

Met het Animato Kwartet is Pieter aspirant lid van de European Chamber Music Academy. Zij ontvingen het Kersjes kwartetstipendium en volgen lessen bij Eberhard Feltz via de Nederlandse Strijkkwartet Academie. 

Pieter speelt concerten door heel Europa en werd uitgenodigd voor festivals als Davos festival Zwitserland, Harmos festival in Portugal, ‘Festival International de Inverno de Campos do Jordão’, Brazilië, Mahler Academy in Italië en het Grachtenfestival in Amsterdam. Ook speelt Pieter in verschillende cross-arts projecten met ISH, Yopera, Troupe courage, en eigen productie Wonder.

[BIOGRAFIE]   [PERS MAP]

Instrument

Johannes Theodorus Cuypers

Over de jeugdjaren van Cuypers is niks bekend. Uit een gedateerd etiket blijkt dat Johannes Theodorus Cuypers in 1750 als vioolbouwer in Den Haag is gevestigd. Zijn vroegste instrumenten zijn al in een stijl gebouwd die totaal afwijkt van hetgeen de bouwers tot dan maakten. Omdat zijn bouwstijl nauw aansloot bij het werk van de Parijse bouwers uit die tijd werd er vroeger verondersteld dat hij daar het vak geleerd had. Zijn gehele leven bleef Cuypers in Den Haag gevestigd; op oudere leeftijd werd hij bijgestaan door zijn zonen Johannes Bernardus (1781-1840) en Johannes Franciscus (1766-1828). Hoewel Franciscus een periode in Amsterdam woonde, bleef hij ook voor zijn vader werken. De Cuypers-dynastie is buitengewoon productief geweest en heeft violen in alle denkbare formaten gemaakt evenals een groot aantal cello’s en een aantal altviolen. Het vroege werk van Johannes Theodorus Cuypers is elegant. Na 1780 verandert zijn stijl en is de vormgeving zwaarder, met brede bladranden en forsere welvingen: het model wat hij de rest van zijn leven trouw bleef. Bron: 400 jaar vioolbouwkunst in Nederland.

2
1
7